LOWTONES 100
Friday, October 15, 2004
  41. Metallica – Ride The Lightning (Elektra, 1984)
De furie en de diepe gevoelens die Ride The Lightning blootlegt waren voor mij reden om eeuwige trouw te zweren aan Metallica. Hun laatste werk heeft me die belofte helaas moeten doen breken. Maar dit is Metallica op hun best. De aggressieve melodieën en superstrakke ritmes slepen je meeeeeeee…

42. Snoop Doggy Dogg – Doggystyle (Death Row, 1993)
G’s up, hoes down. Zo glad als Snoop is er geen een. Zijn luie flow en de beats uit Dre’s geniale hoofd zorgen voor de ultieme synthese tussen gangster en genialiteit. He own them motherfuckers. Stuk voor stuk.

43. Pulp – This Is Hardcore (Island, 1998)
Theatrale vocalen en de sfeer van This Is Hardcore doen mijn hart zachtjes gloeien.

44. Bright Eyes – Lifted..Or The Story Is In The Soil (Saddle Creek, 2002)
Ik zal hem niet vergelijken met Dylan. Dat schijnt onrechtvaardig te zijn, ik heb niks met die ouwe eigenlijk. Stiekem doe ik Bright Eyes toch af als mijn Dylan. Geen sociale vraagstukken maar wel veel, heel veel persoonlijke. Zijn stem kent (net als Dylan overigens) net zo veel vijanden als vrienden en het theatrale pubertheater is soms teveel van het goede. Maar dat doet er niet toe als je van die prachtige verhalen kunt schrijven met daarbij muziek die gemaakt is voor harten van zachte was.

45. Low – Things We Lost In The Fire (Kranky, 2001)
Wie zegt dat Low saaaai is heeft toch wel een aantal schroeven los. Draai eerst die van emotie eens aan, die van emotie, die van emotie, die van emotie en die van emotie. De pastorale krachten, de serene vocalen en de bombastische aankleding die daarmee contrasteert. Adembenemend.

46. The Cure – Disintegration (Elektra, 1989)
Ik hou van dramatische melancholie, zoveel zelfs dat ik erin wil zwelgen als ik daar zin in heb. Disintegration is dan alles dat ik nodig heb. Snik….laat me maar even.

47. Radiohead – The Bends (Capitol, 1995)
Het duel tussen het getergde gitaarspel van Jonny Greenwood, de perfecte melodieën en de gekrenkte vocalen van Thom Yorke wordt op The Bends in een bewonderenswaardige popliedjes-mal gegoten. ‘Bulletproof (I wish I was..)’, ‘Fake Plastic Trees’, ‘The Bends’ en ‘My Iron Lung’ zijn simpel maar uiterst doeltreffend en dieper dan je mag verwachten van het britpopbandje dat ze toentertijd nog waren.

48. David Bowie – Low (Virgin, 1977)
Eno aan de knoppen, Bowie aan de dope? Achter de microfoon is ook goed. Low is een perfecte symbiose tussen kunst en muziek, sfeer en emotie, een traan en een glimlach.

49. Fennesz – Venice (Touch, 2004)
Even dacht ik dat Fennesz zichzelf niet kon overtreffen met Endless Summer op zijn c.v.. Mispoes, Venice is minstens zo sterk. De ruisbaden zijn majestueus en de gelaagdheid is veel subtieler. Fennesz doet me bang zijn voor een toekomst met man-machines. Ze zijn zo gevoelig zeggen die vrouwen dan. En dat klopt.

50. The Smiths – Strangeways Here We Come (Sire, 1985)
Queen Of Dead konden ze niet overtreffen, dat was duidelijk. Evenaren bleek ook te hoog gegrepen maar Strangeways Here We Come boeit wel enorm. Marr en Morrissey botsten steeds vaker en dat uit zich in het experimentele popkarakter van het album. ‘Girlfriend In A Coma’, ‘Stop Me If You Think You’ve Heard This One Before’ en ‘Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me’ zijn van ongeremde weltschmerz-klasse.
 
Een momentopname

Name:
Location: Venlo, Netherlands
ARCHIVES
Monday, October 04, 2004 / Wednesday, October 06, 2004 / Friday, October 08, 2004 / Sunday, October 10, 2004 / Tuesday, October 12, 2004 / Friday, October 15, 2004 / Sunday, October 17, 2004 / Monday, October 18, 2004 / Friday, October 22, 2004 / Sunday, October 24, 2004 /


Powered by Blogger